De Legende
De Legende van Haak en Hoek
|
We gaan terug in de tijd van “Zwarte Jan” die omstreeks 1915 hier de grote trom roerde.
Er was veel gespuis die de omgeving onveilig maakten. Ströpers, smokkelaars en andere nachtbrakers, ze hadden vrij spel. De mensen in de buurt zochten een veilig onder komen en deze uitspanning stond in de wijde omtrek bekend om zijn gerstenat en goede keuken! En bovendien betrouwbaar. Dit moest je in die tijd met kaarslicht zoeken want zaklampen waren er nog niet.
|
|
Dit trok natuurlijk ook mensen aan van twijfelachtig allooi én dienders die lallend en brallend hun undercoverwerk in de dorstige kelen gooiden.
Bij dit drinken werd vanzelfsprekend ook gegeten.
Soms ging dat vlug of werd er eten meegenomen als er “spul” gehaald moest worden over de grens. Zoals b.v. die ene keer toen Evert d’n woesten smokkelaar met blanke pit tegen Marianne de waardin zei, op het punt van vertrekken: "Gooi gauw wat spek in de pette", waaruit een lekker en smakelijk gerecht ontstond: "De pette is versletten" Waarop Marianne zei: "Breng dan ook wat zoerkool van de gunne kante met.". Dit gerecht heette dan ook "Zoerkool van de gunne kante".
Gait Jan Knevel, ’n slimmen ströper met ziene grote snorre. Zo groot, dat hij er soms op ging zitten als hij kolde billen had. Hij was een gedreven stroper in reeën en dat ging als volgt: Hij spande wat snorharen over het pad, waar de reeën over heen liepen: het zogenaamde "Reeën paètjen". Hij ging dan tussen de struiken
liggen en d’r was altijd wel een ree die daar over struikelde en hij sloeg het dan de hersens in.
Strikken maakte hij ook van snorharen. Zo konden hem nooit pakken omdat het niet verboden is met een snor te lopen.
Al met al heeft Gait Jan ervoor gezorgd dat bij "Haak en Hoek" het smakelijke en voedzame “Ströperspötje” op tafel kwam te staan.